Wetgeving
Inlenersaansprakelijkheid en NEN 4400: wat uitzendbureaus moeten weten
Een opdrachtgever die vraagt: “Zijn jullie SNA-gecertificeerd?”. Die vraag zal straks steeds vaker terugkomen, en niet zonder reden.
Lees artikelWil je weten wat we voor jouw organisatie kunnen doen? Stuur een bericht!
Een uitzendkracht die na de intake enthousiast begint, en na drie dagen alweer belt om te zeggen dat het toch niks voor hem is. Herkenbaar? Voor veel bureaus is dit vertrouwd terrein, en het kost meer dan op het eerste gezicht lijkt: opnieuw werven, opnieuw plannen, en een opdrachtgever die vraagtekens zet bij de kwaliteit van je bemiddeling.
De meeste vroegtijdige uitval gebeurt niet na maanden, maar binnen de eerste week. Dat is het moment waarop verwachting en werkelijkheid tegen elkaar aan botsen. Is de functie zoals beloofd? Is er iemand die uitlegt hoe het werkt? Voelt iemand zich welkom, of staat hij de eerste ochtend alleen tussen onbekende collega’s?
Een paar patronen komen steeds terug: verwachtingen die tijdens de intake anders zijn geschetst dan de praktijk op de werkvloer, geen duidelijk eerste aanspreekpunt, en een gebrek aan opvolging in de eerste dagen. Weinig uitzendkrachten stoppen omdat het werk zelf te zwaar is. Vaker stoppen ze omdat niemand vraagt hoe het gaat, waardoor ze zich niet gezien voelen.
Een sterke onboarding voor een uitzendkracht begint niet op de eerste werkdag, maar al bij de intake: een realistisch beeld schetsen van de functie, inclusief de minder leuke kanten. Op de eerste dag zelf helpt het enorm als er een concreet aanspreekpunt is, iemand die de nieuwe kracht rondleidt en voorstelt aan collega’s. Een kort belletje na de eerste dag, en nog een na de eerste week, kost een intercedent een paar minuten, maar signaleert problemen voordat ze escaleren tot een vroegtijdig vertrek.
Voor intercedenten die toch al onder hoge werkdruk meerdere vacatures tegelijk draaien, voelt onboarding van een uitzendkracht al snel als iets dat erbij komt, in plaats van iets dat prioriteit verdient. Toch is het precies het werk van een intercedent om die brug te slaan tussen kandidaat en opdrachtgever, en juist in de eerste week is die rol het belangrijkst.
De meeste bureaus meten sollicitatie-tot-plaatsing nauwkeurig, maar houden losser bij hoeveel uitzendkrachten in de eerste week weer vertrekken. Vroegtijdige uitval is precies zo’n cijfer dat je als KPI zou moeten volgen: het zegt iets over de kwaliteit van je matching én over je onboarding, en geeft een concreet startpunt om te verbeteren.
Werving en behoud worden vaak als twee aparte werkgebieden gezien, maar ze hangen nauw samen. Een goede match op papier die vervolgens slecht wordt begeleid, levert alsnog verloop op. Wie serieus aan de slag wil met personeel behouden, begint dus niet pas na de proeftijd, maar bij het eerste telefoontje. Daarnaast is het goed om te weten welke arbeidsvoorwaarden je uitzendkracht mag verwachten volgens de nieuwe cao voor uitzendkrachten, zodat de intake-verwachtingen ook juridisch kloppen.